Introductie CKV
Havo 4: de prezi uit de introductieles vind je hier.
VWO 5: de prezi uit de introductieles vind je hier.
het beeldmeisje Judith van der Rijt


‘Mijn manier van werken en leren is de ‘trial and error’-methode: ik probeer iets, kijk of het lukt en lukt het niet: dan probeer ik het opnieuw. Je wordt er creatief van en leert heel gemakkelijk met verschillende methodes te werken. Het is in mijn vak ook ongeveer de enige methode: de meeste scholen geven maar nauwelijks Photoshoplessen. Mijn fotografie-studie kwam wel goed van pas: je leert er om op een professionele manier naar foto’s te kijken en het is belangrijk dat je ook het één en ander van fotografie weet. Als je wat meer naar de fotografie neigt raad ik de Fotovakschool overigens wel af: het is meer een studie voor huismoeders (en -vaders) van middelbare leeftijd. Als je fotografie wilt gaan studeren: kies dan voor een voltijdopleiding zoals het KABK in Den Haag, de Willem De Kooning Academy in Rotterdam of de Fotoacademie.’
‘Of je nu wilt gaan fotograferen, beeldbewerken of wat dan ook: je leert heel erg veel door foto’s na te maken. Kies een paar foto’s van goeie fotografen en probeer ze zo goed mogelijk na te maken: zo leer je creatief met beschikbare middelen om te springen (lichtbronnen, attributen, make-up, Photoshop) en heb je een gerichter doel.’
‘Volg vooral je gevoel bij het kiezen van een nieuwe opleiding: laat je niet tegenhouden door wat mensen denken of door je eigen aannames (“misschien ben ik wel niet goed genoeg” - niet geschoten is altijd mis!) en kies wat je zelf het leukst lijkt. Je weet maar nooit wat er nog op je pad komt... ‘
bronnen: het beeldmeisje Judith van der Rijt
interaction designer Willem Knijnenburg
Willem Knijnenburg had tijdens zijn middelbare schooltijd op het Udens College vooral interesse in de technische vakken. Omdat hij het belangrijk vindt om zijn creativiteit te kunnen gebruiken, kwam hij terecht op de opleiding Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven. ‘In plaats van het traditioneel ontwerpen van producten vind ik het vooral interessant als een product een totaalervaring biedt. Voor mij is het belangrijk dat mensen af en toe positief verrast worden’. Willem voerde verschillende projecten uit voor Philips, Adidas en 3M. Hoewel hij de tentamens tijdens de opleiding niet zwaar vond, lag de lat wel hoog: ‘Er was veel discipline nodig om je projecten tot een goed einde te brengen’.
‘Na mijn studie ontwierp ik een interactieve verhalentafel voor Erfgoed Delft. Op deze tafel kun je door een wirwar aan informatie bladeren, maar het is toch verbazend eenvoudig dingen te vinden die voor jou interessant zijn. De tafel bestaat uit een Microsoft Surface tafel, een multi-touch-tafel die ook objecten kan herkennen die zijn voorzien van een barcode’.
Een half jaar geleden begon Willem ook met het maken van ‘Virtual Reality’ simulatoren. Deze bieden bijvoorbeeld trainingsprogramma’s voor mensen die gevaarlijke beroepen uitvoeren. ‘Het is een uitdaging om nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Bij ieder project krijg ik weer de kans om me in iets te verdiepen dat totaal nieuw voor me is. Ik houd van afwisseling en blijf graag bezig met dingen leren en ontdekken. Het lijkt me geweldig om nog eens bij de Efteling attracties te mogen ontwerpen. Daar draait alles om de ervaring en is niets te gek’.
‘Een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb de laatste tijd is dat je jezelf door je plezier moet laten leiden. Als je de dingen gaat doen die je echt leuk vindt, dan heb je ook de motivatie om hard te werken en er goed in te worden. Dat vergroot je kans van slagen enorm. Ik ben ook niet meer zo bang om verkeerde keuzes te maken, je moet ze alleen leren herkennen. Een foute keuze stuurt je ook weer de goede kant op’.cameraman Max Haring
Max Haring had het erg gezellig met z'n vrienden op het Udens College, maar van studeren kwam maar weinig. ‘Dat kwam omdat ik wist niet precies wist wat ik 'later' wilde doen. Dit veranderde toen ik als vrijwillig cameraman mocht gaan werken voor SkyLine, de publieke omroep van Uden en Veghel. Vanaf dat moment wist ik dat ik cameraman wilde worden. Nu heb ik net mijn opleiding als cameraman afgerond en heb ik anderhalf jaar stage mogen lopen bij Omroep Brabant. Alsof dat nog niet genoeg is begin ik in september 2011 aan de opleiding 'Audiovisual Media' aan de kunstacademie in Utrecht!’
‘Goed camerawerk begint bij de technische vaardigheden. Pas als je deze kent kun je op een goede manier creatieve beslissingen nemen. Maar camerawerk wordt pas echt goed als je deze technische vaardigheden op een creatieve manier naar je eigen hand zet. Zo creëer je een eigen stijl en kun je hele bijzondere dingen maken. Wat je ook absoluut niet moet onderschatten zijn de andere vaardigheden die een nieuws cameraman moet hebben. Je moet snel beslissingen kunnen nemen, inhoudelijk meedenken, goed kunnen presteren onder druk en je sociaal op kunnen stellen. Je werkt namelijk samen met veel verschillende mensen, zoals verslaggevers en regisseurs. Ook de mensen die je voor je lens hebt moeten zich op hun gemak voelen bij jou'.
‘Het interessante aan camerawerk is de diversiteit. Zeker als nieuws cameraman moet je op alles zijn voorbereid. Tijdens mijn stage bij Omroep Brabant bijvoorbeeld: Daar stond ik de éne dag tot aan m'n enkels in de blubber voor een item over een ploegwedstrijd met tractoren, de dag erop moest ik zonder waarschuwing vooraf een oogoperatie filmen! Dat is even slikken op het moment zelf, maar achteraf wel hartstikke gaaf om mee te maken’.
‘Cameramensen worden niet echt snel beroemd. We kennen natuurlijk allemaal de naam Jan de Bont maar die doet iets heel anders dan wat ik doe. Mij zul je in de toekomst niet snel in Hollywood tegen komen. Ik ben hopelijk eerder te vinden in het Nederlandse 'Hillywood' wat ook de thuisbasis was van een andere bekende cameraman, Stan Storimans. Helaas is hij vooral bekend door zijn tragisch overlijden. Maar eigenlijk kijk ik op tegen alle cameramensen die mooiere dingen maken dan ik. Dat waren mijn collega's bij de lokale omroep, bij Omroep Brabant en de cameramensen van wie ik programma's zie op tv. Ik wil graag van ze leren en net zo goed worden als zij. Mijn droom is dan ook om uitgebreide docu's te maken voor de Nederlandse televisie, de BBC of misschien wel Discovery Channel. Wie weet wat de toekomst brengt!’
‘Ik heb ook nog een tip, dat is de blog van Jan Rein Hettinga. Behalve Limburgse huisvader is hij namelijk freelance cameraman. Hierover blogt hij op een grappige manier die erg prettig leest. Als je meer te weten wil komen over het leven van een cameraman is dit zeker een leuke site om eens te checken!’
‘Ik begrijp dat het voor sommigen moeilijk kan zijn op de middelbare school, maar het zijn maar een paar jaartjes! Daarna mag je voor de rest van je leven gaan doen wat je leuk vind. Zorg dus dat je een goede vervolgstudie vindt, misschien wel in de kunst. Want kunst is meer dan 'saaie musea' of maffe kunstenaars en hoeft helemaal niet 'zweverig' te zijn. Kunst kan ook erg technisch zijn maar is bovenal altijd heel creatief!’
Als je meer werk van Max Haring wilt zien kun je terecht op zijn website.
ontwerper Reinoud Schuijers
Reinoud: “Vroeger op het Udens College wilde ik al 'iets met ontwerpen' gaan doen. Maar of ik nu meubels, huizen of logo's zou gaan ontwerpen, dat wist ik allemaal niet. Veel concreter dan 'iets met ontwerpen' werd het niet. En geef toe; hoe moet je nu op voorhand weten wat je met je leven wilt gaan doen? Ik was al lang blij dat ik überhaupt een richting had. 'Iets met ontwerpen' vond ik concreet genoeg.”
En dat bleek niet onterecht. “Ik dacht bij mezelf: ‘Als ik mezelf niet vastpin op één doel, maar gewoon telkens een paar stappen in een interessante, leuke richting zet, dan komt de rest vanzelf. Ik zie wel.’ Door gaandeweg goed op te letten en telkens bij mezelf te denken ‘Is er een kans dat ik dit leuk ga vinden? Leidt dit misschien tot iets goeds?’ maakte ik vanzelf, intuïtief, de juiste keuzes.”

“Als vormgever maak ik nu op dezelfde manier keuzes. Het vormgeven van een logo, identiteit voor een bedrijf of een website, is een proces waarbij je continu moet checken; ‘Voelt dit goed? Ga ik via deze weg een goede kant op?’. Vooral dat laatste, de goede weg, is belangrijk. Door continu te checken wat je aan het doen bent kun je gemakkelijk bijsturen. Soms zit je op een hobbelig stukje van de weg, maar moet je daar doorheen om verder te komen.”
“Zowel het vormgeven als het hele leven draait om het proces. Het heeft geen zin heeft om alleen maar naar de horizon te staren. Als je altijd alleen maar naar 'later' kijkt mis je de hele weg er naartoe. Het 'later' van vorige week is vandaag. 'Later' is nu. Die weg naar 'later' moet leuk, interessant, prikkelend, vet of spannend zijn, want die weg is het enige wat je hebt. Focus dus niet teveel op een ultieme, leuke eindbestemming. Alles in het leven is afhankelijk van de keuzes die je gaandeweg maakt. Als je altijd kiest voor wat goed voelt en daarom altijd achter je keuzes staat, dan is het een plezierige rit. En daar draait het om. Zit je op een saai stuk van de rit? Neem een zijweg. Wie weet wat daar te vinden is. Gaat het je allemaal te snel? Neem gas terug. Het is jouw rit. Jij zit aan het stuur.”
“Ik haal mijn inspiratie uit de rit. Ik probeer zo vaak mogelijk nieuwe dingen te doen. Je weet pas wat iets is als je het doet, als je het hoort, als je het proeft, als je het ervaart. Het wordt nooit precies wat je verwacht. Sommige nieuwe dingen vallen tegen. Dat is niet erg, want andere vallen juist heel erg mee en het één leidt tot het ander. Die nieuwe ervaringen, of ze nu positief of negatief zijn, inspireren me. Mijn werk is altijd een resultaat van wat ik in die periode aan het doen ben. En dat is goed, want dat maakt het werk persoonlijk. Het resultaat is een product van mijzelf en dat is door niemand na te maken. Als je vanuit jezelf werkt, wordt je werk ook uniek.”


Voor iedereen die op zoek is naar een studie of beroepsopleiding besluit Reinoud met een duidelijk advies: “Ogen op de weg, handen aan het stuur, voet bij de rem. Dan kan er niet veel mis gaan”.
bron: Reinoud Schuijers . portretfoto: Judith van der Rijt . Marjet Stamsnijder
regisseur Grietje Evenwel
Op haar achtste jaar stond Grietje al op de planken, en op het Udens College werd steeds duidelijker dat ze door wilde met theater. Tijdens het examenjaar deed zij audities op verschillende toneelscholen, en werd aangenomen in Maastricht op de regisseursopleiding. In 2010 studeerde zij af.
“Op een toneelacademie doen een paar honderd mensen auditie, waarvan maar een handjevol wordt aangenomen. Je gaat vier auditierondes door, die -per ronde- meerdere dagen kunnen duren. Er wordt gekeken naar je talent, je motivatie en naar je ontwikkelingsmogelijkheden. Als je bent aangenomen, heb je vier zware jaren voor de boeg. Er wordt van je verwacht dat je theater altijd op de eerste plaats zet. Je moet ook stevig in je schoenen staan, want de kritiek die je krijgt, kan hard aankomen. Veel mensen beginnen dan ook niet meteen aan een toneelacademie, maar wachten tot ze wat ouder zijn.”
“Het eerste jaar van de opleiding ontwikkel je algemene theatraliteit. In het tweede en derde jaar doe je veel projecten en in je vierde jaar ga je op stage. Als regisseur ga je dan eigen stukken regisseren en je schrijft een essay. Daarnaast kun je les gaan geven. Acteurs spelen in het vierde jaar bij theatergezelschappen, soms in films of op TV.
Na je opleiding ben je vogelvrij, en wacht er ook de kunst om geld te verdienen. Want als kunstenaar maak je veel uren, maar - uitzonderingen daargelaten – je verdient niet veel. Je moet echt de drive hebben om voluit met je beroep bezig te zijn.”

Grietje wilde naar een toneelschool omdat ze het leuk vond om op de planken te staan. Ze genoot ervan dat ze er goed in was, en het applaus na afloop gaf haar een enorme kick.
“ Op de academie heb ik veel geleerd. Ik heb veel toneelstukken gezien, musea bezocht, en een goed beeld gekregen van de kunstensector. Daarnaast ben ik kritisch gaan nadenken over hoe onze maatschappij in elkaar zit. Je wilt immers iets zeggen met je voorstellingen, dus is het belangrijk om een gefundeerd oordeel te vormen.”
“Als je een kunstopleiding wil gaan doen, bedenk dan goed of je er de rest van je leven full time aan wilt besteden. Je maakt van je grootste hobby je beroep. Dat is niet alleen leuk, het is ook keihard werken. Maar als je ècht gemotiveerd bent, dan kan ik alleen maar zeggen: ga ervoor! Hard werken is de motor is voor succes; met alleen talent ben je er nog niet. Treed op, doe audities, zoek de juiste mensen die jou dingen kunnen leren en je verder kunnen helpen, verdiep je in de kunstwereld, en ... geef niet op als het even tegen zit. Dan moet het goedkomen!”
verhalenverteller Yuri Schuurkes
Het duurde een tijd voordat Yuri zijn richting gevonden had. “Na mijn middelbare school stond er bij mij maar één vraag centraal: Wat wil ik? Hoewel ik op het Udens College vooral uitblonk in de wetenschappelijke vakken, had ik moeite om hiervoor gemotiveerd te blijven. Pas na drie jaar niksen besefte ik dat ik vooral plezier had in creatief zijn. Vanwege mijn passie voor films deed ik het toelatingexamen op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, de richting Audiovisual Media leek mij interessant. Maar op aanraden van de HKU maakte ik naast de toelatingsopdracht voor AVM ook de opdrachten die me aanspraken van andere richtingen. Zo belandde ik uiteindelijk niet bij AVM, maar bij Digital Media Design. Dat bleek de opleiding van mijn dromen te zijn.”

“Bij Digital Media Design word je opgeleid tot interactieve verhalenverteller. Je leert hoe je de kijker kan transformeren tot een meedoener. Je geeft je publiek een rol in het verhaal dat je vertelt. Zo kun je bijvoorbeeld een film maken waarin de kijker verschillende keuzes kan maken en het mogelijk is om de afloop van het verhaal te veranderen. Je kunt een dansvloer ontwerpen waarmee je muziek kunt maken of een interactief klap- en flapboek maken dat de lezer op een spelende manier bezig houdt.”

“Het mooie aan Digital Media Design is dat je elke vorm van media kunt toepassen. Of je nu van films houdt, goed kan tekenen of gek bent van muziek, DMD biedt er mogelijkheden voor. Participatie van het publiek staat wel centraal. Maar de manier waarop je het vormgeeft kun je helemaal zelf bepalen.”